Mijn leven liep anders dan gepland.
Op 9 april 2019, ik was 14 jaar, ging ik folders bezorgen op een klein industrieterrein achter de wijk waar ik toen woonde, in Veghel.
Een rustige straat, alleen voor bestemmingsverkeer — maar in de praktijk werd die vaak gebruikt als sluiproute.
Daar werd ik geschept door een auto.
Die reed ongeveer 65 kilometer per uur waar 30 was toegestaan.
Met de linkerhelft van mijn hoofd kwam ik op de voorruit terecht. Daarna werd ik zo’n tien meter verder gelanceerd op het gras. Mijn fiets lag nog eens vijf meter verderop.
Door die klap liep ik een schedelbasisfractuur op en kleine hersenbloedingen.
Dat leidde tot niet aangeboren hersenletsel.
NAH.
“Je ziet het niet aan mij, maar mijn hoofd moet elke dag harder werken dan dat van de meeste mensen.”
Alles veranderde
Voor het ongeluk had ik een rijk sociaal leven.
Altijd plannen.
Altijd mensen om me heen.
Ik volgde een leuke richting op school — horeca, bakkerij en recreatie.
En daarnaast werkte ik bij een friettent.
Als ik niet aan het werk was, was ik wel met mijn vrienden.
Na het ongeluk veranderde dat.
School ging niet meer. Zelfs niet met een aangepast rooster.
Werken lukte ook niet meer.
En misschien nog wel het lastigste: mensen zien het niet.
NAH is onzichtbaar.
Dus mensen denken al snel dat er niks aan de hand is.
Dat je je aanstelt.
Of dat je gewoon “weer door moet”.
Maar zo werkt het niet.
Leven met NAH
Kort na het ongeluk had ik bijna altijd hoofdpijn.
Ik was constant moe.
Snel overprikkeld.
Kon me nergens op concentreren.
En ik voelde me eenzaam.
Ik was ook bang om weer deel te nemen aan het verkeer.
Op een gegeven moment kwam ik terecht in een revalidatiekliniek.
Daar begon het proces van opnieuw leren omgaan met alles.
Want dat is wat NAH doet.
Het verandert je besturingssysteem.

Een leven dat stil kwam te staan
Qua werk en school lukte er eigenlijk helemaal niks meer.
Met werk was ik direct gestopt.
School heb ik nog zo lang mogelijk geprobeerd vol te houden, maar uiteindelijk ging dat ook niet meer.
Het leven werd klein.
Na een kleine inspanning moest ik al slapen om bij te komen.
Veel op de bank liggen.
Of gewoon overprikkeld zijn.
Het was saai.
Maar vooral frustrerend.
Want je wilt wel, maar je kan niet.
Stap voor stap weer vooruit
Met veel revalidatie, en vooral veel vallen en opstaan, ging het langzaam iets beter.
Niet ineens.
Niet makkelijk.
Maar stap voor stap.
Totdat ik Jeffrey leerde kennen.
Samen bouwen
Toen ik Jeffrey leerde kennen, huurde hij het pand van Timestamp al.
Hij vertelde over zijn ideeën.
In het begin van onze dates zijn we samen in dat pand gaan kijken.
Mijn eerste gedachte?
Wat een achterstallig pand.
Maar naarmate we langer samen waren, en steeds meer gingen praten en fantaseren, begon er iets te groeien.
En op een gegeven moment begonnen we gewoon.
Met verfkwasten.
Waarom dit werkt
Jeffrey en ik zijn heel verschillend.
Maar juist daardoor vullen we elkaar goed aan.
Jeffrey is van de ideeën.
Ik ben meer van de uitvoering.
Hij hoefde niet per se naar de bouwmarkt.
Ik vond het juist leuk om op en neer te rijden, spullen te halen en te klussen.
Hij regelde dingen als vergunningen en plannen.
Ik zorgde dat het ook echt gebeurde.
En misschien nog wel belangrijker:
Als één van ons zich niet goed voelt, vangen we elkaar op.
Als hij geen energie heeft, kan hij naar huis.
Als ik ergens mee zit, luistert hij.
We trekken elkaar erdoorheen.
Ondernemen met NAH
Ondernemen is voor iedereen zwaar.
Maar met NAH is het anders.
Je wordt moe — maar niet “normaal moe”.
Het is een andere vorm van vermoeidheid.
Je hebt eigenlijk geen weekend.
Ook op vrije dagen ben je bezig met de zaak.
Afspraken.
Bestellingen.
Reserveringen.
En ondertussen moet je ook nog omgaan met prikkels.
Met mensen.
Met drukte.
Soms is het gewoon veel.
En dan is het moeilijk om altijd aardig te blijven.
Of te lachen.
Of vrolijk te zijn.
Ik ben sneller overprikkeld.
Sneller moe.
Maar hoe hou je het vol?
Gewoon doorgaan.
Wat het mooi maakt
Wat juist goed gaat, is het contact met mensen.
Alle soorten gasten.
Iedereen is anders.
Soms heb je veel geduld nodig.
Soms loopt alles vanzelf.
Maar als mensen het naar hun zin hebben — dat is het mooiste.
Van binnenkomst tot ze weer naar huis gaan.
En ja… frietjes bakken voor kinderfeestjes vind ik nog steeds geweldig.
Dat vond ik vroeger al leuk.
En dat ik dit samen met Jeffrey mag doen, en met Baco, maakt het extra bijzonder.
Waar ik trots op ben
Ik ben er trots op dat ik, ondanks alles, toch zo ver ben gekomen.
Dat ik doorga.
Ook als het niet makkelijk is.
En dat ik, naast deze tijdrovende onderneming, ook nog een cursus tot ervaringsdeskundige heb gevolgd.
Wat ik mensen wil meegeven
Wat ik vooral wil dat mensen begrijpen over NAH:
Je ervaart het elke dag.
Het stopt niet.
Het is er altijd.
Ook al zie je het niet aan de buitenkant.
Je hersenen hebben een klap gehad.
Je systeem werkt anders.
Gasten merken het misschien niet altijd.
Omdat je het probeert te verbergen.
Maar het zit in kleine dingen.
Minder energie.
Rode ogen.
Of dat je per ongeluk zegt:
“Wil je een jas voor de kluis?”
in plaats van
“een kluisje voor je jas.”
Tot slot
Het is niet altijd makkelijk.
Maar het is wel mogelijk.
Op mijn manier.
Wat ik wil zeggen tegen anderen met NAH
Wat zou ik tegen andere mensen met NAH willen zeggen?
Eerlijk? Adviezen als “geef niet op, het komt goed” heb ik niks aan.
Als je net een ongeluk hebt gehad, zeker op jonge leeftijd, denk je alleen maar:
hou je bek, het komt helemaal niet goed.
En dat gevoel is ook gewoon echt.
Ondanks alles wat je te horen krijgt, wil ik dit meegeven:
Blijf in je eigen kracht geloven.
En luister naar jezelf.
Jij voelt wat er in je hoofd gebeurt.
Jij weet wanneer het teveel is.
Jij weet wat wel en niet lukt.
Laat anderen praten.
Maar blijf dicht bij jezelf.
